Schuim en Asch
Mijn oudste broer en ik besloten om de as van onze ouders in zee uit te strooien in de buurt van Kijkduin. We zouden het strand op gaan langs een van de opgangen dichtbij de plek waar ze ooit gewoond hadden in de Vogelbuurt in Den Haag. Volgens ons hun gelukkigste tijd.
Maar eerst moesten we nog de bussen ophalen van een begraafplaats in een klein plaatsje in Drenthe, waar wij nooit gewoond hadden. Ze waren alle twee al lang geleden overleden en eigenlijk bezochten we deze plek nooit meer. Hun persoonlijke nis bevond zich in een fantasieloze bakstenen muur met standaard koperen afdekplaat voorzien van een nooit veranderde foute datum met daarnaast een eveneens standaard standaard waarin ruimte was voor een paar armetierige bloemen of takjes. Kortom een nieuwbouwwijk voor gecremeerde overledenen, die je in niets aan hen deed denken en waar je het liefst zo snel mogelijk weer weg wilde.
Het ophalen ging zo maar niet, want voor het opendraaien van de 4 schroeven en het eruit halen van de bussen moest eerst een flink bedrag aan leges worden voldaan, maar daarna waren de bussen helemaal van ons en mochten we met de inhoud doen wat we wilden. Althans dat dacht ik.
Mijn broer die arts is en daarom graag alles volgens de regels wil doen, hielp mij uit de droom. Het uitstrooien van as mag alleen gebeuren op speciaal daarvoor aangewezen plekken, zoals een strooiveld op een begraafplaats of midden op zee. Als je het ergens anders wilt doen moet je daarvoor weer een speciale vergunning aanvragen en als de plek te openbaar is, wordt die aanvraag natuurlijk afgewezen.
Vandaar, bedacht ik, dat ik nog nooit mensen bezig had gezien om de as van hun geliefde uit te strooien in de Hofvijver of rond een bijzondere boom op de Lange Voorhout..
En als je betrapt wordt, zei mijn broer, dan krijg je een boete.
Nou zo'n vaart zal dat heus niet lopen, als je de as midden in de winter uitstrooit langs de zeerand. Dan is er natuurlijk niemand op het strand en al helemaal niet als het tegen de avond loopt. We stoppen de bussen gewoon in een AH tas voor het geval dat we een enkele verdwaalde wandelaar tegenkomen.
Met een gezicht vol twijfel, stemde hij erin toe om de asbussen op een zondag tegen de avondschemering leeg te strooien. Ik had er zelf een romantische voorstelling van: ik zag mezelf een stukje in zee staan met waterdichte wandelschoenen aan. Het was stil op het strand, je hoorde alleen het breken van de golven. Het was koud en kraakhelder, de knalrode zon verdween als een perfecte bal onder de horizon en de golven namen de door mij uitgestrooide as steeds een stukje mee naar het strand en dan weer mee de zee in. Intussen strooide mijn dochter rozenblaadjes op het water. Een waardig allerlaatste afscheid.
Hoe anders is de weerbarstige realiteit toch altijd. Ik had al gezien dat de bussen in al die jaren behoorlijk verweerd waren en vroeg me ook hardop af hoe we ze open zouden kunnen krijgen.
-Het is gewoon een verfbliksluiting, zei mijn broer, die er geen probleem in zag. Je wipt ze zo open.
Op de zondag die we hadden uitgekozen, stond er behoorlijk veel wind. Ook dat leek me geen probleem, want meestal gaat de wind tegen de avond wat liggen en er zouden dan ook minder mensen op het strand zijn.
Toen we het duin opliepen met ieder een bus in een tas, omdat zo'n bus vol as ook veel zwaarder is dan je je van tevoren realiseert, zagen we al wel dat ons heel veel wandelaars met en zonder hond tegemoet kwamen. Nou ja, die lopen dan in ieder geval niet meer op het strand. Maar toen we eenmaal boven op het duin stonden, zagen we dat zo'n beetje de hele Vogelwijk deze late zondagmiddag in januari had uitgekozen om eens lekker uit te waaien. Het was drukker dan in de binnenstad met hondenbezitters, joggers, eenzame wandelaars en hele families die tegen de wind in torsten of zich op de terugweg lekker lieten voortblazen.
We keken elkaar eens aan en besloten toch maar door te zetten omdat teruglopen met die zware bussen geen aantrekkelijk vooruitzicht was en deze afspraak plannen al moeilijk genoeg was geweest.
We besloten om een stuk van de strandopgang weg te lopen, want de wind die inmiddels meer op een storm leek, kwam pal uit zee en blies schuim en zand in een flinke vaart in de richting van de duinen en de strandopgang.
Toen we een geschikt plekje gevonden hadden, bleven we staan en besloten te wachten tot er een luwte zou ontstaan in het aantal passerende wandelaars. We deden net of we zeer geinteresseerd waren in de brede witte schuimrand en de losse plukken schuim die door de wind van de branding afgeblazen werden.
Blijkbaar wordt een groepje stilstaande en kijkende mensen met AH en Jumbo tassen midden in de winter onmiddellijk bijzonder interessant voor voorbijgangers. Ze denken meteen: ha hier is iets te zien en blijven een eindje verderop zelf ook stilstaan om naar dat iets te kijken. Een schip in nood misschien? Een aanspoelende walvis? Een mogelijk vroege kitesurfer, die nu in moeilijkheden is geraakt? Verwachtingsvol blijven ze staan. Drijven er misschien drugs in de branding die nu door ons worden opgehaald?
Na een tijdje besloten we om maar gewoon met onze illegale activiteit te beginnen, omdat het al aardig donker begon te worden. Er was geen zon te zien trouwens, laat staan een zonsondergang.
In eerste instantie gingen we aan de slag terwijl we de bussen gewoon in de tas lieten staan om niet op te vallen. Enkele omstanders raakten nu pas werkelijk geinteresseerd. Wat voltrok zich daar, verborgen door de AH tas?
Gelukkig had ik met een vooruitziende blik een hamer en schroevendraaier meegenomen, zodat de verfbliksluiting uiteindelijk met een paar rake tikken opensprong. Ook daarna was het nog niet zo gemakkelijk omdat een asbus in tegenstelling tot een verfblik wat taps toeloopt en de as lang geleden door iemand die meende extra zorgzaam te moeten zijn in een plastic zakje was gedaan, waardoor de losse substantie nu juist was veranderd in een cementachtig geheel dat met plastic zakje en al niet door de krappe opening naar buiten was te krijgen.
Nog steeds waren we niet van plan om het op te geven. We besloten de harde substantie wat losser te maken met de schroevendraaier.
Toen het bovenste gedeelte enigszins strooibaar was, pakte ik vlug de bus uit de tas, draaide me met mijn rug naar het "publiek" en stapte een flink stuk de zee in of liever: de schuimlaag.
Mijn broer had intussen de andere bus die geen deksel bleek te hebben, geopend door met de schroevendraaier en de hamer een gat in de bodem te slaan. Deze as zat gelukkig niet in een plastic zakje en was onmiddellijk strooibaar. Ook hij stapte in de schuimlaag en gezamenlijk verstrooiden we de as, die voordat die het water had kunnen raken in razende vaart richting het strand en de duinen geblazen werd samen met de door mijn dochter uitgestrooide rode rozenblaadjes, het gele zand en het hagelwitte schuim. Ook mooi.
Copyright Marlies van Boekel

De roze bikini
De wind die door ons lange blonde haar waaide tijdens de orientatietocht aan het einde van het schooljaar, als we al onze proefwerken achter de rug hadden en wisten dat we doorgingen naar het volgend school jaar. Een combinatie van opluchting, lome ontspanning en de vrolijke inspanning van een lange fietstocht naar een zorgvuldig door de leraren geplande onbekende bestemming. Bijna altijd mooi weer, de zekerheid van onze tas vol boterhamen, koekjes, een appel en een paar stukken komkommer voor onderweg. Een veilig opwindend gevoel, fietsen met een groepje zelfgekozen vriendinnen. Alles zou goed komen.
Alles was toen nog mogelijk, de doos van Pandora was nog niet geopend, de confrontatie met de onwrikbaar granieten werkelijkheid had nog niet plaatsgevonden en het belangrijkste in ons leven was of we een 6 of een 7 hadden voor Ovidius. We dachten dat alles nog kon en dat het altijd zo zou blijven. We dachten dat we eeuwig jong zouden zijn. We voelden nog niet het verstrijken van de tijd. We zagen alleen het moment en dachten dat het eeuwig was.
We waren allemaal verliefd op die knappe jonge leraar en zijn mooie vrouw. Hand in hand liepen ze het weiland in. Even hadden we onze fietsen tegen het hek gezet en namen wat happen van ons brood, keken vertederd naar het jonge stel, wetend dat wij zelf ook eens zo zouden lopen, hand in hand met een nog onbekende geliefde naar de horizon.
Plotseling rende een koe weg met een roze bikini, die hij uit een van de tassen had geplukt. We gilden. De jonge leraar en nog twee anderen zetten onmiddellijk de achtervolging in en wisten de bikini te redden uit de bek van de koe. Ongeschonden, maar wel besmeurd. De bikini mocht gewassen worden in een nabijgelegen boerderij en droogde wapperend aan het stuur in de warme zomerwind.
Veel later realiseerden we ons pas dat drie rennende mannen, een egaal groen weiland, een strak blauwe lucht, de warme zomerwind, een publiek van gillende en aanmoedigende meisjes en een geredde knalroze bikini de ingredienten waren voor een moment van puur en intens geluk.
Copyright Marlies van Boekel

Bijen op pootjes
Mijn vader zat altijd vol ideeen. Deze keer was het een voliere. Al weken beschreef hij ons enthousiast hoe het eruit zou gaan zien en welke vogeltjes hij allemaal zou kopen. Hij liet ons plaatjes zien van bontgekleurde tropische vogelsoorten: Rode Kardinalen, Tijgervinken, Napoleonnetjes, Groenlingen en Puttertjes met hun felrode kop. Het zou een vrolijk en kleurrijk geheel worden en vanuit je slaapkamer zou je 's morgens al gewekt worden door het luide zingen van de vogels.
Wij werden ook enthousiast en we gingen met hem mee om hout te kopen en gaas en allerlei soorten vogelvoer en voederbakjes. Het duurde niet lang voordat de voliere er stond, een langgerekte L-vorm rond de schuur met in de schuur zelf een binnenhok voor als het koud was.
Het was een prachtig gezicht om al die mooie gekleurde vogels rond te zien vliegen en zelfs nesten te zien bouwen in speciale nestkastjes. Maar het mooiste en meest bijzondere waren de twee kwartels, die over de grond scharrelden. We hadden al gezien hoe ze paarden en dat het vrouwtje niet lang daarna eieren legde in een hoekje van de kooi.
Niets had ons voorbereid op het uitkomen van de kleine kwarteltjes. De volwassen kwartels zijn wat saai bruin van kleur, een goede schutkleur natuurlijk in het open veld, maar de jongen bleken donzig geelzwart met kogelronde lijfjes en leken op bijen op pootjes.
Het waren er vijf. Razendsnel liepen ze door de kooi. We waren meteen verliefd op ze en iedereen moest komen kijken.
Maar plotseling riep de buurman: er loopt er 1 in mijn tuin! Oh en nog 1.
Toen we er ook nog 1 in onze eigen tuin zagen, begrepen we dat het gaas te grof was voor deze piepkleine beestjes. Het lukte om ze te vangen en terug te zetten. Ik werd naar de winkel gestuurd om een strook fijner gaas te halen. Dat werd aan de binnenkant ervoor geplaatst. Het leek te helpen.
Maar in de loop van de volgende dag waren ze ineens allemaal verdwenen. We zagen ze nergens meer. Het gaas dat ik gekocht had, bleek toch nog te grof.
Het kwartelpaartje heeft nooit meer nieuwe jongen gekregen. Mijn vader verloor na vrij korte tijd zijn belangstelling voor de voliere, want het was te veel werk om de tropische vogels te vangen en 's avonds in het binnenhok te zetten en om de voerderbakjes en het binnenhok schoon te maken.
Na een tijdje vergat hij ze steeds vaker eten te geven, de vogels en de voliere begonnen er steeds verwaarloosder uit te zien. Als je de schuur binnenkwam, rook het muf en onaangenaam. Vaak als je langs de voliere liep, zag je weer een dood vogeltje liggen. En na een ijzige winternacht in februari lag er op de bodem een kleurrijk tapijt van stijfbevroren vogeltjes. De vervallen voliere heeft er nog jaren gestaan.
Copyright Marlies van Boekel

Mores
Heeft de geschiedenis ons niet geleerd dat het onzinnig is om De Vijand buiten onszelf te zoeken? Toch gaat dit gewoon door. Steeds weer zien we hem in een andere gedaante opdoemen. Verkleed als jood of moslima, vaak is hij zwart, maar hij kan ook wit zijn of Palestijn.
Zoveel makkelijker is het de vijand buiten onszelf te verslaan, de ander, het wezenlijk andere, dat ons angst aanjaagt, omdat het onze eigenheid lijkt aan te tasten, dat wat wij werkelijk zijn. Of lijken te zijn, denken te zijn. Een aangenomen identiteit, doorgegeven van vader op zoon of van moeder op dochter: dit is wie je bent, hoe wij de dingen doen, onze stam. Niet anders. Als je het anders doet, hoor je er niet meer bij, kun je vertrekken, hoor je bij het Andere Kamp. Wij gebruiken gele oker om ons gezicht te versieren en geen rode aarde. Wij wassen af van links naar rechts of zetten de borden bovenin de afwasautomaat. Wij blonderen ons haar en kammen het naar achteren. Wij weten precies wat de regels en de normen zijn en als je je daar niet aan houdt kun je oprotten.
We bewaken onze identiteit, die kennelijk afhangt van allerlei kleine en grote voorschriften, bewuste en onbewuste normen. Het wij-gevoel is erg belangrijk. Het geeft samenhang en continuiteit, het gevoel dat je er niet alleen voorstaat.
Je bevestigt elkaar in kleding, haardracht, gebruiken, in dat wat je wel of niet eet, wel of niet doet. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit hoe die kleding eruit ziet of wat de etensvoorschriften zijn, als het maar hetzelfde is als van de andere leden van de stam. Natuurlijk zijn er kleine varianten mogelijk, een iets anders getinte spijkerbroek, die net iets lager hangt. Je hakenkruis net wat groter getatoeerd of op je voorhoofd. Je plooirok met grotere ruiten. Allemaal heel acceptabel.
Maar er helemaal buiten vallen is bedreigend, je voelt je kwetsbaar, weerloos, je geniet geen bescherming meer. Niemand die zich geroepen voelt om jou te helpen, als je geen deel uitmaakt van de groep. Zoek het dan zelf maar uit.
Bij sommige groepen zijn de banden zo sterk, dat je zelfs familie wordt, je wordt volledig als broer of zus opgenomen, maar bij overtreding van impliciete of expliciete familiewetten zijn de sancties enorm: volledige uitstoting of de dood, want schending van de stamwetten is hoogverraad en daar staat de doodstraf op.
Toch zou je denken dat een politicus die geleerd heeft om een beetje na te denken zich bewust zou moeten zijn van zijn eigen primitieve uitspraken. Hanteert hij ze ook bewust en is hij slechts uit op macht, gedragen door een bevolkingslaag vol onbewuste vooroordelen? Is hij net zo manipulatief als Machiavelli. Of gelooft hij zijn eigen praatjes zelf?
De tijd zal ons Mores leren.
Copyright Marlies van Boekel,

Fruit flies
There was nothing left but a cold banana. She had put it in the fridge because the fruit flies kept coming at it, the skin already brown although she had bought it only a few days back. Or had she? She couldn't remember exactly how long ago it had been since she had done any shopping with the little money she had left.
The weather wasn't even warm. Maybe it was the moisture of the continuous rain.
The banana felt cold and hard against her teeth. Luckily, she didn't have any cavities in them, so at least it wasn't painful. The banana wasn't completely brown on the inside, as it was on the outside, just a few brown spots. The taste was still sweet, in spite of the cold, and not spoilt.
Would this be her life from now on: cold bananas and fruit flies?
Maybe she would sell some jewellery again tomorrow. Then she might be able to have a proper meal for a change. How much would he give her this time for a few golden necklaces, a bracelet, another ring or two? Luckily, the price of gold was really high at the moment, but silver was worth almost nothing. Not enough to eat for a week anyhow.
She had had no idea of the value of the jewellery her mother had left her. Half of it was fake in any case! As fake as she had been. But no, she mustn't think like that. Her mother had been a brilliant actress in her time and she couldn't help dramatizing her daily life a bit, overacting a little, right until the end.
She had only tried to help her. In fact, she had been very helpful all her life. Her mother's little helper, she thought bitterly, but nothing else. Had she ever had a life of her own? She couldn't remember. Maybe 10 years ago when she had met Ron, who couldn't stand it that her mother was on the phone three times a day. Poor Ron, he was never that close to his own family and he had tried to separate them. He was patient in the beginning, but he became more and more angry as time went on.
I suppose he felt locked out, she told her mother later, when he had gone, slamming doors, stampeding out like an elephant. He was a bit like an elephant now she came to think of it: big and blond. She had found it endearing, cuddly, but that was in the beginning of course. So yes, she had made a mistake. One of the many mistakes her mother used to remind her about.
Oh yes, her mother knew her better than she knew herself. She could never make up her mind to go and live on her own. It seemed like a lot of fuss for ..... Yes, for what? For being all alone all the time? Not having anybody to talk to?
Her mother was still good company. She could still recite large parts of the roles she had performed. Her memory was still excellent, too excellent sometimes.
-Darling, I remember I had a brooch lying on the small table by the window. It was given to me by one of my admirers after the premiere of I could have loved you forever. It's the gold one in the shape of a cherub encrusted with diamonds.
The jeweller had assured her that this was one of the fake ones. He had tested it with his touchstone, carefully rubbing one side of the brooch over the piece of slate and afterwards going over the mark it had left with a little brush dipped in nitric acid. This was just to convince her that it was not gold that had come off, because the gold coloured streak dissolved immediately, but he already knew this because the little trinket had stuck to his magnet.
She couldn't believe it because her mother had talked non-stop about her admirers' wealth. Apparently, they were just as fake as the jewels they had given her. She had lived in a make-believe world, inside and outside the theatre.
Her role had been that of the ever-patient and admiring daughter long after all the other applause had faded away.
-I've put it back in your jewellery box. It would have been a shame to let it end up in a vacuum cleaner. Such a lovely little gem! She added more softly, the irony totally lost on her mother who was already going through her box of shiny trinkets like a child with its toys.
Every time she held one in her hand and looked closer, memories would come back to her.
When she looked at a pearl necklace she pondered:
-This is the first one your father gave to me. It's so typical for him: simple, classic, predictable. At the time, I thought I was looking for someone like him: a man who could give me a bit of stability, but he proved to be too predictable for me. It's a pity I was pregnant, she said as if talking to herself.
Anna had never known her father. Her parents had separated before she was born.
-He couldn't bear to be in the same country as me. Emigrated to New Zealand, for God's sake! And I've never heard from him since. Well, good riddance!
She threw the necklace back into the box and closed it with a bang.
-And then I had you, her mother said with a long, deep sigh.
-It was the end of my career really.
Anna didn't say anything, but her mother continued as if she had done.
-Oh, I did have some work here and there, but I couldn't combine all the long hours in the evening and night with taking care of you.
An expression of regret spread across her face.
Anna never contested this or contradicted her mother's story, but she knew that it was not true, because there had been nannies all through her childhood from the moment she was born. She knew that there was another reason her mother's career had started to decline: a lack of concentration perhaps because of the many different lovers, maybe a drop too much just before she had to appear on stage? There had been hints of bottles hidden in her dressing room. Or was it the loss of her once brilliant memory, of her beauty?
And then suddenly it was all over, from the most beloved actress, the darling of the public, she turned into the laughing stock of that same public. She had even discovered a review that described how her mother had toppled over on stage, stumbling over her own feet, the public laughing hysterically at all the wrong moments, the anger of the director and the writer. Starting as a comedy, their play had turned into something completely ridiculous.
That was the end, from that moment nobody asked her anymore.
Fortunately, she received a little pension from the theatre and there was one admirer who still sent her a monthly contribution, but apart from that she was quite alone. She had only Anna. Dear, faithful, reliable Anna, who was always there for her. Till the end, Anna thought.
It had been an act of mercy. She had fulfilled her mother's strongest desire.
How often had she exclaimed I am so desperate I'll throw myself out of the window! Or Please give me a rope so I can hang myself! Or standing by the door, with her coat already on, I'm going to the Thames now to throw myself in and don't you dare try and stop me! Always accompanied by a lot of tears and pathos of course. When Anna was younger she had suffered a lot because of these threats, but she had learned that her mother never really intended to act upon these impulses. In the beginning she did try to stop her jumping out of the window for instance. Grabbing her mother by the arm, pulling her back from the dangerous window, but in time she realized that her mother was enjoying herself immensely with these dramatic plays for two and that her role of counterpart was essential to keep the play going on forever.
No mother, please don't do this to yourself. Oh yes, I will, I've made up my mind. No, please, please come away from the window, it's too dangerous. She would be pulling her back from the open window, her mother resisting with all her might. Sometimes passers-by would stop for a while to look up and see what was going on up there. Then she would continue with even more vigour and volume playing Utterly Desperate Woman Hurls Herself out of Window.
It took a while, but she had learned to stop worrying that her mother would really carry out her threats, she enjoyed the little enactments too much. Anna, however, had stopped playing her required role, remained in her seat and now only mildly warned her mother not to stand too close to the open window. You might catch a cold, mother. Remember how much time it took you last time to get over it? It might be better to close the window now.
So, after a while the suicide dramas stopped, for it was no fun to perform on your own. However, lately they had started up again and over the last few months the outbursts had become increasingly frequent. This time it all looked more serious as if she really did mean it and Anna felt more and more compassionate for her. What a sad life her mother must have, without any perspective of improvement.
Anna shook herself out of her day dream. She had performed her mother's deepest wish and helped her put the rope around her neck. She knew too that her mother would struggle a bit in the end, but that this was more of a bodily reflex than a real wish to live. So, she had continued to help her, even having to apply more force than she had expected, because her mother seemed to have a bit more strength in the end.
When she felt her mother's body relax, however, and give up the struggle, she knew she had done the right thing. How peaceful she looked afterwards, when all the nasty tell-tale signs on her face had disappeared.
Anna saw that she still had the banana skin in her hand and that it had already attracted a few fruit flies. It couldn't be that they were attracted to the body lying upstairs, because it had been completely sealed off by the plastic cover she had ordered in the shop. It was meant to store long, expensive evening dresses and had to absolutely prevent moths from eating them.
It had worked, she had checked it herself. There was no way any flies could penetrate the plastic, because she had sucked out all the air with a vacuum cleaner and on top of that, had sealed it with duct tape.
How long would it be before anyone would miss her?
Anna mused that it would probably never happen. They had led an isolated life. All the old lovers were dead, and they had made no new friends.
A little smile appeared on her lips. Her mother's tiny pension might be just enough to support her on her own. A new thought entered her mind, clearing her gloomy mood. She might even try to work as a companion to an elderly lady. She had enough proven experience in that line of work.
She got up from the floor. Her mind seemed clear now and she realized that the storm that had continuously battered her head had now died down.
Copyright Marlies van Boekel

Laf
Kamperen in een kant-en-klare tent is iets voor laffe kampeerders, zei onze buurvrouw. Maar ons bevalt het heel goed: je hebt echte bedden, zodat je 's ochtends geen drie kwartier nodig hebt om je stramme spieren weer aan de gang te krijgen, je hebt een gasstel waar je normaal op kunt koken en dat niet plotseling omvalt of uitvalt bij gebrek aan voldoende butagas, je hebt een ijskast, zodat je niet de overdag gesmolten en 's nachts weer gestolde boter uit je tent hoeft te schrapen en ook niet je partner boos hoeft aan te kijken bij de steeds penetranter wordende geur van tenenkaas, terwijl het achteraf slechts het vergeten doosje camembert blijkt te zijn. Kortom: een kant-en-klare tent biedt veel voordelen.
Een door de echte kampeerders zeer onderschat voordeel is overigens de vlonder, die zich in de voortent bevindt en waarop je je a.h.w. al buiten waant, omdat hij bekleed is met groene, enigszins harig aanvoelende matten. De vlonder zorgt er ook voor dat je tent tijdens een heftige stortbui niet onder loopt, iets wat je lekker droog zittend en genietend van een glaasje wijn, helaas wel ziet gebeuren bij de tentjes om je heen. Soms zie je zelfs dat het water, dat er aan de voorkant instroomt er aan de achterkant weer uitkomt.
Comfortabel dus en nog steeds erg dichtbij de natuur, want zo'n vijf jaar geleden stapten we 's avonds vrolijk onze voortent binnen, knipten de elektrische (nog zo'n voordeel!) lamp aan en zagen midden op het knalgroene kunstgras een zwarte harige spin zitten van enorme afmetingen.
Over het algemeen ben ik niet bang voor spinnen, vang ik ze gewoon met blote handen en gooi ze milieubewust naar buiten. Het kriebelt een beetje maar ze doen natuurlijk niets. Maar deze was toch wel erg groot en harig met een heel dik lijf en van die dikke stevige poten.
Ik kwam op het idee om een glas over hem heen te zetten en hem op die manier elegant en met respect voor de natuur naar buiten te schuiven. Zo gezegd, zo gedaan. Het werkte prima. We hebben hem ook niet meer teruggezien. Voldaan gevoel.
Een paar dagen later, hetzelfde verhaal, ook weer 's avonds nietsvermoedend het licht aangedaan. Zat er weer een! Minstens net zo groot, alleen een ander model. Deze had een groot glad rond lijf met enorm lange dunne poten en helemaal geen haar. Toch vond ik hem ook te groot en te eng om zo vast te pakken en je weet ook maar nooit met die Franse spinnen. Dus besloot ik dezelfde truc nog eens toe te passen. Ik zette het glas over hem heen en schoof hem met een elegante zwaai naar buiten terug de natuur in. Weer voldaan gevoel.
Oeps! Toch niet helemaal gelukt, want helaas waren zijn (of haar) enorm lange dunne poten als een warrig hoopje achtergebleven op het gifgroene grastapijt. Toen voelde ik me pas echt laf.
Copyright Marlies van Boekel

De verveelde koning
Je zou het niet zeggen, maar de klant is nog altijd koning. Zijn wensen worden zo geanticipeerd, dat hij niet eens de tijd heeft om verveeld te raken.
Voordat hij uitgekeken is op zijn laatste speeltje liggen er al weer varianten met de allernieuwste snufjes in de winkel, nu nog sneller, nog vernuftiger, nog mooier, nog kleiner, nog platter, met nog meer mogelijkheden.
Hetzelfde geldt voor kleding en dan vooral voor schoenen. De klant kan kiezen uit een bijna oneindige reeks variaties in kleur en modellen, waarbij de laatste modellen en kleuren natuurlijk de meest begeerlijke zijn. Zodat geen enkele schoenenkast meer groot genoeg is en de slaapkamer zelf wel een schoenenwinkel lijkt.
Vandaag zag ik weer eens een reportage over het schrijnende contrast met een andere plek op de wereld, waar kinderen onze afgedankte computers, die zgn. gerecycled worden, in brand steken om het kostbare koper er tussenuit te kunnen halen. En intussen zwaar giftige dampen inademen. Daar geen verveelde koning, maar slechts overleven van dag tot dag. Hoe kunnen we?
Copyright Marlies van Boekel,

Context
Context maakt de dingen vertrouwd: oh ja, dat hele bekende dat ik al 1.000 keer, zo niet 10.000 keer gezien heb. Je weet wat het is. Je kijkt niet meer echt. Je neemt niet meer echt waar. Dat wat je dagelijks ziet en ervaart is bekend. Overbekend zelfs. Saai. Het prikkelt je zintuigen niet meer. Het daagt niet meer uit. Is niet meer verrassend. O ja, dat weet ik nou wel. Gaap.
Saai. Maar misschien ook wel veilig. Je raakt eraan gehecht. Het geeft je ook zekerheid en zelfvertrouwen. Vanuit het reeds bekende kun je ook stappen verder zetten, onbekendere delen van de wereld ontdekken. Zoals poezen dat doen en konijnen: vanuit het kleine bekende cirkeltje maken ze de kring steeds groter, durven ze steeds verder te gaan in hun ontdekking van de wereld om zich heen. Maar als er iets is dat hen schrik aanjaagt rennen ze snel weer terug naar hun vertrouwde plekje. Zo is het bij ons ook: de wereld vlak om je heen is vertrouwd en bekend. Het biedt je daardoor een stabiele basis.
Als je op vakantie gaat naar een vreemde omgeving is alles plotseling niet meer vertrouwd en bekend. Alles is anders: geuren, gewoontes, etenstijden, het soort eten, de taal, het klimaat. Dat prikkelt je en daagt je uit. Het is interessant, je wordt gedwongen om dingen anders te doen, anders te denken en te kijken. Alles wat je ervaart is nieuw. Daardoor voel je je zelf ook nieuw. Je laat je vertrouwde context los en komt in een nieuwe context.
Hier is ook nog steeds samenhang. Er zijn andere afspraken gemaakt, maar er zijn nog steeds afspraken, impliciet of expliciet. Na een tijdje in zo'n nieuwe omgeving weet je ook weer wat je kunt verwachten en kun je daar rekening mee houden. Wat prikkelt en verwart is het onverwachte. Dat wat je op het verkeerde been zet. Je wordt er enerzijds door uitgedaagd, maar je kunt er ook boos van worden, omdat het je onzeker maakt. Het vertrouwde, het bekende is ineens weg, blijkt plotseling anders te zijn. Je moet loslaten hoe je dacht dat het was.
Gezamenlijke afspraken zijn als een gezamenlijke illusie. Je hebt niet het idee, dat je gek bent, als je in Nederland een pannenkoek eet met pindakaas. Als je er gebakken sprinkhanen op strooit wordt er op zijn minst wenkbrauwfronsend naar gekeken en wil niemand bij je komen eten.
Loop je op het strand met alleen een lendendoekje om, is niemand verbaasd. Doe je ditzelfde in Leiden, op de Haarlemmerstraat, ingesmeerd met rode menie -iets wat in midden Afrika juist weer het toppunt van goede smaak is- word je onmiddellijk opgepakt en aan een psychiatrisch onderzoek onderworpen. In Amsterdam kan dit overigens weer wel. Daar kijkt niemand meer waar dan ook van op.
Bij dementie en tijdens een psychose lijkt alles zijn context te verliezen. Er is geen logische en vertrouwde samenhang meer tussen gebeurtenissen en voorwerpen. Soms verdwijnt de samenhang volledig, soms ontstaat er een nieuwe samenhang volgens een eigen logica, die niet te begrijpen is door de omgeving.
Kunstenaars hebben het vermogen om de vertrouwde omgeving met nieuwe ogen te bekijken. Ze halen voorwerpen uit hun context en plaatsen ze in een andere context, waardoor ze plotseling een nieuwe en andere betekenis krijgen of op zijn minst met andere ogen worden bekeken.
Ze veranderen kleuren en bekende vormen, geven een nieuwe interpretatie aan lichaamsvormen, houden zich bewust niet aan bestaande afspraken over hoe iets is of hoort te zijn. Dat roept vaak in eerste instantie woede en verontwaardiging op: je houdt je niet aan de afspraak, je verstoort het wereldbeeld. Het boezemt ook angst in. Het vertrouwde blijkt ineens niet meer helemaal waar te zijn. De toeschouwer wordt onzeker. Dat wat hij altijd als echt en waar zag, is dat niet meer. Het wordt a.h.w. ontkend door de nieuwe en onverwachte visie van de kunstenaar.
Sinds het ontstaan van de moderne kunst zijn we als publiek wel wat gewend. Er is weer een context waar we de ons gepresenteerde beelden in kunnen plaatsen. Er is herkenning: o ja, moderne kunst. Ook nu is het weer moeilijk om nog verrast te worden. Wat zou de kunstenaar nog kunnen doen om net iets meer dan beleefde belangstelling aan zijn publiek te ontlokken? Hij is als de hofnar, die zijn hele arsenaal aan trucs en grappen al heeft uitgeprobeerd op de verveelde koning om toch steeds weer te horen: We are not amused.
Prikkelen, uitdagen, shockeren, weer opnieuw laten zien, voor het eerst laten zien. Een bijna onmogelijke taak voor de hedendaagse kunstenaar die te maken heeft met een uiterst verwend publiek. Been there, seen it all, is de boodschap.
Misschien dat er nog maar 1 mogelijkheid overblijft en dat is: jezelf verassen, zodat er in ieder geval 1 iemand is die blij is met elk nieuw en onverwacht kunstwerk.
Copyright Marlies van Boekel

Elastiekje
Via de ortho moet bij mijn dochter een eigenwijs schuinstaande hoektand, die niet wil doorkomen, te voorschijn getoverd worden. Bij de tandarts is het tandvlees opengesneden en is er een slotje op geplaatst. O, dus dat is de bracket, waar ze het de hele tijd over hadden, besef ik nu. Hij ziet er net zo uit als de andere slotjes, maar zit alleen een stuk hoger. Daarna moesten we weer naar de ortho om alles met elkaar te laten verbinden en zo via een ingewikkelde ingreep de hoektand naar buiten en beneden te trekken.
Ik vraag me af hoe de ortho dat gaat doen: als hij de hoektand via een ijzerdraadje verbindt aan de andere tanden en kiezen wordt de tand alleen maar naar beneden getrokken en valt hij er straks met wortel en al uit.
De oplossing is zo simpel dat ik het zelf had kunnen bedenken. Ik wou ook dat ik het zelf had bedacht, want dat had weer een hoop geld gescheeld.
Er wordt een elastiekje gespannen vanaf het slotje op de tweede kies naar het slotje op de hoektand. Simpel. Het aanbrengen ziet er ook heel eenvoudig uit.
We moeten het daarom ook zelf steeds verwisselen en krijgen een zakje mee met 100 van die gewone kleine elastiekjes die bij elke kantoorboekhandel te verkrijgen zijn plus, als hulpmiddel, een ijzerdraadje dat in een krul is gebogen, zodat er een soort haakje ontstaat, waarmee je het elastiekje uit kunt rekken.
-Wil je nog even oefenen?, vraagt de assistente, maar nee, dat lijkt ons niet nodig. De bedoeling is duidelijk. Het elastiekje moet twee keer per dag verwisseld worden. Een keer 's avonds en een keer 's ochtends voor schooltijd. En succes ermee!
We proberen het 's avonds alvast even uit. Kan niet moeilijk zijn. Dat denk je ook altijd als je turners moeiteloos een dubbele salto ziet uitvoeren. Je zou het zo na kunnen doen.
Bij het plaatsen van het elastiekje, realiseer je je dat ook achter de behendige vingers van de ortho en diens assistente een jarenlange training schuilgaat, waardoor deze ogenschijnlijk eenvoudige handeling niet zomaar te evenaren is.
Bij de ortho zag ik geen elastiekjes door de kamer schieten of in het niets verdwijnen in de mondholte, hoorde ik mijn dochter ook niet hard schreeuwen vanwege de pijn die het haakje veroorzaakte op haar nog steeds gevoelige tandvlees. Of kreunen: Je duimnagel prikt in mijn wang!
Het was me ook niet opgevallen, dat er allemaal zweetdruppels op zijn rood aangelopen gezicht stonden of dat hij inmiddels zijn veel te warme doktersjas had uitgetrokken en de patient, goochelend met zijn leesbril, toesnauwde: Zit stil, hoofd achterover, des te eerder is het voor elkaar!, terwijl zijn assistente hem bijlichtte met een zaklantaarn.
Uiteindelijk vele pogingen en elastiekjes verder, ontdekt dat het hoofd in een enigszins zijwaarts gedraaide hoek achterover moet liggen, de lippen vooral ontspannen moeten zijn, het elastiekje eerst, zonder haakje, op de tast rond het achterste slotje moet worden aangebracht met de linkerwijsvinger (nagelkant naar buiten gedraaid, nadat de nagels eerst geheel kort geknipt moeten zijn), het elastiekje vervolgens een beetje moet worden opgerekt met duim en wijsvinger, waarna het haakje moet worden aangebracht om het verder uit te rekken, zodat de patient vervolgens zelf het haakje met daaraan -hopelijk nog steeds vast- het rechter uiteinde van het elastiekje om dit -in verband met nog steeds pijnlijk tandvlees- zelf om het hoektandslotje te plaatsen.
Gelukt! We laten het nu maar bij eenmaal per dag, omdat we onszelf goed genoeg kennen om niet te verwachten, dat dit staaltje van harmonieuze samenwerking s ochtend voor schooltijd realistisch is.

Copyright Marlies van Boekel

HOERA
Voor haar zevende verjaardag kreeg mijn dochter van een vriendinnetje de letters HOERA van spekkies. Ze waren los aan een stokje geregen en vrolijk en kleurrijk verpakt in doorzichtig plastic. Na afloop van haar verjaardag, toen de ouders kwamen om hun kinderen op te halen, was ze bezig met het opeten van de eerste letter. Het was de letter H. Trots toonde ze het resultaat aan alle aanwezigen. Toen ze hem ophad, realiseerde ik me pas, dat ze ook met de letter A had kunnen beginnen. Soms zijn de goden je genadig.
Copyright Marlies van Boekel